EBH Legal
Advocaatscore: 9,2
24/7 Persoonlijk bereikbaar
Specialisaties in alle rechtsgebieden
Huurrecht & Pachtrecht

Het terugvragen van energiebelasting bij wooncomplexen: wie betaalt de rekening?

Het terugvragen van energiebelasting bij wooncomplexen: wie betaalt de rekening?

Recentelijk is door de kantonrechter te ’s-Gravenhage een interessant vonnis gewezen over de vraag of een verhuurder gemaakte kosten in verband met een verzoek tot teruggave van energiebelasting in mindering kan brengen op de aan de huurder uiteindelijk te betalen teruggave. Wat speelde was het navolgende.

Omdat de overheid wil dat iedereen zuiniger en efficiënter omgaat met energie en de overheid het energiegebruik wil verminderen, heft de overheid energiebelasting over het verbruik van elektriciteit en aardgas. De energieleverancier is de belastingplichtige ten aanzien van de energiebelasting. De belasting wordt geheven over de levering van elektriciteit aan de verbruiker via een aansluiting. De energieleverancier belast de verschuldigde energiebelasting door aan de verbruiker, de verbruiker betaalt de  energiebelasting vervolgens aan de energieleverancier en deze draagt de belasting daarna af aan de Belastingdienst.

Per elektriciteitsaansluiting geldt echter een jaarlijkse belastingvermindering. De hoogte van deze belastingvermindering wordt ieder jaar door de overheid vastgesteld. De gedachte achter deze jaarlijkse belastingvermindering is dat een deel van het energieverbruik wordt gezien als een basisbehoefte. Over deze basisbehoefte aan energie behoeft geen energiebelasting te worden betaald. Normaalgesproken verrekent de energieleverancier deze belastingvermindering jaarlijks per aansluiting met de verbruiker.

Wanneer er echter achter één aansluiting meerdere zelfstandige woningen zijn aangesloten, mag de energieleverancier daar geen rekening mee houden en geldt de belastingvermindering slechts éénmaal. In dit geval bestaat de mogelijkheid om een verzoek tot teruggave van (te veel betaalde) energiebelasting in te dienen bij de Belastingdienst. Hiermede kan de ongelijkheid, die bestaat, ten opzichte van de situatie, waarin iedere onroerende zaak een eigen aansluiting heeft, worden weggenomen.

Uitsluitend degene, aan wie de energieleverancier energiebelasting in rekening heeft gebracht, kan echter een verzoek tot teruggave indienen. Bij wooncomplexen met meerdere zelfstandige woningen achter één aansluiting en waarbij de verhuurder een overeenkomst met de energieleverancier heeft, is derhalve uitsluitend de verhuurder degene, die een verzoek tot teruggave kan indienen.

De vraag is of een verhuurder in zo’n geval gemaakte kosten in verband met een verzoek tot teruggave van (teveel betaalde) energiebelasting in rekening kan brengen bij de huurders middels het in mindering brengen van deze kosten op de uiteindelijk aan de huurders te betalen teruggave.

In het geval, waarover de Haagse kantonrechter moest oordelen, was sprake van een verhuurde, in een wooncomplex gelegen, zelfstandige woning zonder een eigen elektriciteitsaansluiting en was derhalve sprake van meerdere zelfstandige woningen achter één aansluiting. Partijen waren in de huurovereenkomst overeengekomen dat de huurder aan de verhuurder een maandelijks voorschot voor bijkomende leveringen en diensten diende te betalen voor onder meer de levering van elektriciteit.

Deze post behoort volgens de kantonrechter tot de servicekosten als bedoeld in artikel 7: 237 lid 3 BW, nu er in het gehuurde dus geen eigen meter aanwezig is en er daarom geen sprake is van een zogenaamde nutsvoorziening met een individuele meter. In artikel 7: 237 lid 3 BW worden servicekosten gedefinieerd als de vergoeding voor de overige zaken en diensten, die geleverd worden in verband met de bewoning van de woonruimte. 

De verhuurder kreeg als houder van de aansluiting de nota’s van de elektriciteitsleverancier, waarin ook de door de Belastingdienst geheven energiebelasting was doorberekend. De verhuurder berekende vervolgens de totale kosten voor de geleverde elektriciteit inclusief de energiebelasting door aan de huurders van het betreffende complex op basis van een verdeelsleutel en deed daarna, zonder hierover eerst met de huurder in overleg te treden, een verzoek tot teruggave van (teveel betaalde) energiebelasting.

De kantonrechter overwoog dat deze wijze van elektriciteitsvoorziening van meerdere zelfstandige woningen achter één aansluiting tot gevolg heeft dat een verzoek tot teruggave van (teveel betaalde) energiebelasting tot een taak van de verhuurder moet worden gerekend, nu de verhuurder als houder van de elektriciteitsaansluiting de enige is die een dergelijk verzoek kan indienen en de teruggave door de Belastingdienst vervolgens ook aan de verhuurder wordt betaald. Daarna dient de verhuurder, volgens de gehanteerde verdeelsleutel, de belastingteruggave te verdelen over alle huurders van het complex, die zich bevinden achter de aansluiting en die als feitelijke verbruikers gerechtigd zijn tot een deel van die teruggave. Ook dit acht de kantonrechter een taak van de verhuurder.

De vermindering van energiebelasting heeft gevolgen voor de hoogte en daarmee voor de afrekening van de tussen de verhuurder en de huurder overeengekomen servicekostenpost levering van elektriciteit en de kantonrechter is van mening dat het verzoeken om teruggave van (teveel betaalde) energiebelasting en vervolgens het verdelen van de teruggave over de verschillende daarvoor in aanmerking komende huurders zijn aan te merken als administratieve handelingen om te komen tot een correcte berekening en afrekening van de overeengekomen servicekostenpost levering van elektriciteit. Daarnaast is de kantonrechter van mening dat de daarmee samenhangende kosten vallen onder de post administratiekosten, die door de verhuurder aan de huurders in rekening waren gebracht.

Waar de verhuurder in dit geval de door haar gemaakte kosten in verband met het gedane verzoek tot teruggave van (teveel betaalde) energiebelasting – naast de aan de huurders reeds in rekening gebrachte administratiekosten – zonder enig overleg met de huurder naar rato in mindering had gebracht op de aan de huurders te betalen teruggave, is de kantonrechter echter van mening dat de verhuurder hiervoor separaat geen kosten bij de huurders in rekening mocht brengen en dat deze gemaakte kosten reeds in de vergoeding voor de aan de huurders in rekening gebrachte administratiekosten zijn begrepen en als zodanig tot de servicekosten behoren. De verhuurder diende het in mindering gebrachte bedrag alsnog te voldoen aan de huurder.

Voor de hoogte van administratiekosten, die aan huurders in rekening gebracht kunnen worden, hanteren de huurcommissies overigens als maximaal redelijke vergoeding 2% over de gaskosten en 5% over alle overige kostenposten. Deze percentages zijn inclusief eventuele BTW en het minimumbedrag aan administratiekosten bedraagt € 7,50 per afrekening per woonruimte. Administratiekosten kunnen alleen in rekening worden gebracht als een afrekening aan de huurder is verstrekt.

Voor vragen of meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met mr. Hans Kleingeld kleingeld@ebhlegal.nl. De inhoud van deze blog is algemeen van aard en hieraan kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend.  

Gepubliceerd op 10 Sep '19
Huurrecht & Pachtrecht Geldt de regel "Koop breekt geen huur" ook bij een gedeeltelijke overdracht van de gehuurde zaak? Door mr. J.J.Y. Kleingeld

In artikel 7: 226 lid 1 BW is de regel opgenomen, die bekend staat als “koop breekt geen huur&...

Huurrecht & Pachtrecht Huur van middenstandsbedrijfsruimte met gemengde elementen: huurbescherming of niet? Door mr. J.J.Y. Kleingeld

Ze komen regelmatig voor: overeenkomsten, die kenmerken bevatten van een huurovereenkomst, maar teve...

Huurrecht & Pachtrecht Geringe tegenprestatie: huur of niet? Door mr. J.J.Y. Kleingeld

In artikel 7: 201 BW wordt een huurovereenkomst gedefinieerd als “de overeenkomst waarbij de e...

Neem contact op