EBH Legal
Advocaatscore: 9.2
24/7 Persoonlijk bereikbaar
Specialisaties in alle rechtsgebieden
Ondernemingsrecht

Bestuurder aansprakelijk voor faillissementsaanvraag

Kan een bestuurder aansprakelijk worden gesteld voor een faillissementsaanvraag?
Bestuurder aansprakelijk voor faillissementsaanvraag

 

Als aandeelhouder heb je het recht om je stem te laten gelden middels een aandeelhoudersvergadering. Omdat je (mede-)eigenaar bent wil je per slot van rekening kunnen meebepalen in de vennootschap waar jij je vermogen in hebt zitten. In een aandeelhoudersvergadering worden vaak ingrijpende besluiten genomen, zoals besluiten omtrent de bevoegdheden van het bestuur en de koers van de onderneming. Maar wat nu als een bestuurder een drastische beslissing maakt zonder goedkeuring van de aandeelhoudersvergadering? Kan hij dan aansprakelijk worden gesteld in bijvoorbeeld een faillissement? De Hoge Raad sprak zich eind 2018 over een dergelijk scenario uit.[1]

Feiten

De vennootschap Geocopter ontwikkelde, produceerde en verkocht onbemande helikopters. In 2010 zijn er enkele nieuwe investeerders waardoor het belang (percentage van aandelen) van Persoon 1 en Persoon 2, tezamen het bestuur van de vennootschap, verwaterd. Kort hierna ontstaat er een meningsverschil waarbij Persoon 2 aftreedt als bestuurder en zijn aandelen verkoopt aan de overgebleven aandeelhouders. Om zijn plek op te vullen neemt Geocopter een interim-bestuurder aan (Persoon 3).

Daarna gaat het wat minder met Geocopter. Er wordt gekeken naar herstructurering, verkoopt men een camera, bekijkt men of er helikopters verkocht kunnen worden en sluit men een lening af voor €75.000,- met de optie voor nogmaals eenzelfde bedrag.

Rond diezelfde periode buigen de aandeelhouders in de aandeelhoudersvergadering zich over de problemen binnen de onderneming en neemt men het volgende besluit: 'De aandeelhouders gaan unaniem akkoord met het verlenen van toestemming aan de directie voor het aanvragen van faillissement indien dat noodzakelijk mocht zijn.'

Op 27 december 2011 volgen de feiten zich snel achter elkaar op: met de opbrengsten uit de verkoop van de camera worden de openstaande salarissen en de management fee (€5.950,-, met goedkeuring van de aandeelhouders) van Persoon 1 worden betaald. Zo ongeveer tegelijkertijd vraagt Persoon 1, op basis van het hierboven genoemde besluit van de aandeelhoudersvergadering, het faillissement aan voor Geocopter. Op 11 januari 2012 spreekt de rechtbank dit faillissement uit.

Enkele weken later, als de curator bezig is met inzichtelijk maken van de boedel, komt hij iets bijzonders tegen: een overeenkomst voor de verkoop van een helikopter (€225.000,-) en een bewijsstuk dat wijst op het feit dat er salarissen zijn uitbetaald op de dag van het faillissement.

De vraag is nu: is Persoon 1 hoofdelijk aansprakelijk jegens de boedel door zijn handelen?

Overwegingen

De Hoge Raad oordeelt in cassatie als volgt:

3.3.2. Art. 2:248 lid 1 BW houdt in dat in geval van faillissement van de vennootschap iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk is voor het bedrag van de schulden van de vennootschap voor zover deze niet door de vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Deze regel strekt tot bescherming van de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de gefailleerde vennootschap. Van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in de zin van art. 2:248 lid 1 BW kan slechts worden gesproken als geen redelijk denkend bestuurder — onder dezelfde omstandigheden — aldus gehandeld zou hebben (vgl. HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo), rov. 3.7).

Art. 2:246 BW houdt in dat, tenzij bij de statuten anders is bepaald, het bestuur zonder opdracht van de algemene vergadering niet bevoegd is aangifte te doen tot faillietverklaring van de vennootschap. Deze regel strekt tot bescherming van de belangen van de vennootschap en de aandeelhouders. Het in strijd met art. 2:246 BW aanvragen van het faillissement van de vennootschap door de bestuurder, kan grond zijn voor zijn aansprakelijkheid jegens de vennootschap op de voet van art. 2:9 BW.

Indien het in strijd met art. 2:246 BW aanvragen van het faillissement van de vennootschap door de bestuurder in de omstandigheden van het geval de belangen van de gezamenlijke schuldeisers schaadt, kan dit bovendien worden aangemerkt als kennelijk onbehoorlijke taakvervulling als bedoeld in art. 2:248 lid 1 BW.

3.4.2. (…) Weliswaar strekt art. 2:246 BW tot bescherming van de belangen van de vennootschap en haar aandeelhouders, maar zoals hiervoor in 3.3.2 is overwogen, staat dit niet eraan in de weg dat het in strijd met art. 2:246 BW aanvragen van het faillissement van de vennootschap, onder omstandigheden tevens de belangen van de gezamenlijke schuldeisers kan schaden en op die grond aangemerkt kan worden als kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in de zin van art. 2:248 lid 1 BW.

3.5.2. (…) Uit de omstandigheden waarop het oordeel van het hof berust dat de schending van art. 2:246 BW door [eiser] heeft te gelden als kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in de zin van art. 2:248 lid 1 BW, blijkt niet of, en zo ja op welke wijze, het aanvragen van het faillissement de belangen van de gezamenlijke schuldeisers heeft geschaad. Voorts blijkt daaruit niet dat [eiser] wist of behoorde te weten dat zijn handelen de gezamenlijke schuldeisers zou benadelen. Ten slotte is het hof niet ingegaan op de stelling van [eiser] dat hij door het doen van aangifte tot faillietverklaring verdere schade voor de schuldeisers wilde voorkomen. Het hof heeft derhalve blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.

Gevolg

Toegepast op de kwestie komt de Hoge Raad tot de conclusie dat hoewel het zonder goedkeuring aanvragen van het faillissement van de onderneming kan leiden tot een aansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW, dit niet altijd het geval hoeft te zijn.H

Het niet aanvragen en wachten op goedkeuring van de algemene vergadering bij een faillissementsaanvraag kan volgens de Hoge Raad onder omstandigheden als een kennelijke onbehoorlijke taakvervulling in de zin van art. 2:248 BW worden aangemerkt, bijvoorbeeld indien daarmee tevens de belangen van de gezamenlijke schuldeisers worden geschaad. Hiervoor is overigens wel vereist dat de bestuurder schuldeisers daadwerkelijk heeft gedupeerd en dat de bestuurder de gevolgen van zijn handelen op het moment van handelen kende of had behoren te kennen.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof omdat niet duidelijk is geworden op welke wijze het aanvragen van het faillissement door Persoon 1 de belangen van de gezamenlijke schuldeisers heeft benadeeld. Daarbij komt ook dat niet kon worden vastgesteld dat Persoon 1 wist of behoorde te weten dat het aanvragen van het faillissement de gezamenlijke schuldeisers zou benadelen.

Conclusie

In het arrest komt duidelijk naar voren dat de Hoge Raad, bij beoordeling over hoofdelijke aansprakelijkheid van een bestuurder jegens de boedel, graag blijft vasthouden aan vast jurisprudentie. Hoewel de kwestie nogal wat vraagtekens kan opwekken is volgens de Hoge Raad de jarenlange gebruikte leer voldoende om vast te stellen of een bestuurder, ook bij het zelf aanvragen van een (twijfelachtig) faillissement, juist of (verwijtbaar) onjuist heeft gehandeld. De enige toevoeging die de Hoge Raad heeft is dat nu ook voor een geslaagd beroep op artikel 2:248 lid 1 BW moet worden vastgesteld dat de schuldeisers zijn benadeeld door de faillissementsaanvraag en dat de bestuurder dat wist of moest weten.

Heeft u vragen over bestuurdersaansprakelijk? Neem dan gerust contact met ons op (info@ebhlegal.nl).

De inhoud van deze blog is algemeen van aard en hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? We helpen u graag

 

 

Gepubliceerd op 19 Jun '20
Aansprakelijkheid & Contracten Een taart over opstalaansprakelijkheid Door Sina Wulder

Stel: je rijdt in een willekeurig Safaripark in Nederland tussen de wilde dieren. Je bent al een ein...

Huurrecht & Pachtrecht Airbnb berekende ten onrechte servicekosten Door Sina Wulder

  Wie bij Airbnb een huis of appartement huurt voor zijn of haar vakantie betaalt meestal...

Ondernemingsrecht Vereniging, stichting of coöperatie? Let op: de WBTR komt eraan! Door Sina Wulder

  Bent u bestuurder van een vereniging, stichting of coöperatie (of een andere rechtspe...

Neem contact op