EBH Legal
Advocaatscore: 9,2
24/7 Persoonlijk bereikbaar
Specialisaties in alle rechtsgebieden
Aansprakelijkheid & Contracten

Einde aannemingsovereenkomst… ontbinden, opzeggen of afrekenen?

Einde aannemingsovereenkomst… ontbinden, opzeggen of afrekenen?

 

U bent uw aannemer zat. Afspraken worden niet nagekomen, men komt en gaat wanneer het hen uitkomt, er wordt slecht werk geleverd.
Of u heeft er schoon genoeg van dat uw opdrachtgever telkens in discussie gaat over termijnbetalingen, of eenvoudigweg niet kan betalen.

Dus: einde oefening, de aannemingsovereenkomst wordt verscheurd. Maar hoe? En welke wijze van beëindigen leidt tot de beste financiële afwikkeling? Dat kan per beëindigingsmethode nogal verschil uitmaken.

Meerdere wegen leiden naar Rome

Beëindiging van een aannemingsovereenkomst kan op verschillende manieren bereikt worden.
Natuurlijk door voltooiing van de opdracht, oplevering en het verstrijken van onderhouds-, garantie- en. Maar dat levert in het algemeen niet veel problemen op, afgezien van discussie over (verborgen) gebreken en vervaltermijnen wettelijke hersteltermijnen.

Bij tussentijdse beëindiging is dat anders. Er zijn namelijk meerdere opties.
In de wettelijke regeling van aanneming van werk (artikelen 7:750 en verder Burgerlijk Wetboek) kan er gekozen worden voor ontbinding (7:756 BW) en voor opzegging (7:764 BW).
Opzegging van de opdracht kan alleen door de opdrachtgever, ontbinding kan zowel door de aannemer als opdrachtgever ingeroepen worden.

Maar ook algemene voorwaarden, zoals de UAV, bieden ontbindings- of beëindigingsmogelijkheden.

Opzeggen

Bij opzegging van de opdracht door de opdrachtgever, dat te allen tijde mogelijk is, zal hij de voor het gehele werk geldende prijs moeten betalen. Dit geldt voor een vaste aanneemsom. Die gehele prijs wordt verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien. Met die besparingen wordt bedoeld dat deel dat nog niet uitgevoerd is, en waarin de aannemer ook geen kosten heeft hoeven maken. Zijn er al wel materialen ingeslagen, en kunnen die niet meer op een andere wijze ingezet, geruild, of geretourneerd worden, dan is dat een deel van de te betalen prijs. En dus geen besparing.

Artikel 7:764 BW is geen dwingende bepaling, waardoor er bij overeenkomst van kan worden afgeweken. (zie bijv. RvA Bouw 6 november 2019, nr. 81413). Hiervan wordt bijvoorbeeld afgeweken in de model koop-/aannemingsovereenkomst van Woningborg en SWK.

Ontbinden

Indien reeds vóór de vastgestelde tijd van oplevering waarschijnlijk wordt dat het werk niet op tijd of niet behoorlijk zal worden opgeleverd, kan de rechter de overeenkomst op vordering van de opdrachtgever geheel of gedeeltelijk ontbinden, aldus artikel 7:756 BW.

Dit is een ruimere ontbindingsmogelijkheid dan de ‘normale’ ontbinding op grond van artikel 6:265 BW.  Hier is vereist dat niet-nakoming waarschijnlijk wordt, terwijl voor ontbinding op grond van artikel 6:265 jo. 6:80 lid 1 BW vereist is dat vaststaat dat de nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zal zijn, er een mededeling van de schuldenaar waaruit kan worden afgeleid dat deze in de nakoming zal tekortschieten of de schuldenaar niet binnen een bij aanmaning redelijk gestelde termijn bereid is te verklaren dat hij zal nakomen. Tegenover de verruimde mogelijkheid om de aannemingsovereenkomst voor oplevering te ontbinden, staat dat dit alleen kan met rechterlijke tussenkomst. Dus alléén de rechter kan de genoemde ontbinding uitspreken.

Ontbinden of opzeggen?

Is ontbinding dan ‘beter’ dan opzeggen, vanuit de optiek van een opdrachtgever? Het is wellicht flauw om te moeten terugvallen op het volgende antwoord: “Dat hangt af van de concrete feiten en omstandigheden van het geval…”. En toch kunnen we hierop geen ander antwoord geven.

Wel kunnen we in zijn algemeenheid constateren dat een aannemer bij tussentijdse opzegging door een opdrachtgever recht heeft op de gehele aanneemsom. En dat hij recht heeft op de winst over de gehele aanneemsom. Dat daar bepaalde besparingen weer vanaf worden getrokken, moge zo zijn, maar daar ontstaat vaak de nodige discussie over. Heeft de aannemer gelijk weer ander werk voor zijn personeel? Kan zo het wegvallen van de opdracht voldoende opgevangen worden, als het gaat om doorlopende (loon)kosten? Of zijn er helemaal geen besparingen?

Bij (gedeeltelijke) ontbinding daarentegen ontstaan er ongedaanmakingsverbintenissen. Voor de verschuldigde bedragen / termijnen door de opdrachtgever kan er naar de stand van het werk gekeken worden. Bij een ontbinding hoeft de opdrachtgever in beginsel alleen de waarde van het gerealiseerde werk te vergoeden. Naar de stand van het werk zijn die termijnen verschuldigd, meer niet. Voor dat deel dat niet uitgevoerd is, hoeft de aannemer ook niet verder te presteren. Er valt niets ongedaan te maken. En indien een deel van het werk ongedaan gemaakt dient te worden, heeft de aannemer het recht zijn materialen terug te nemen. Bovendien kan aan ontbinding een schadevordering gekoppeld worden.

Afrekening op grond van algemene voorwaarden, zoals UAV

Dan maken we het nog iets complexer.

In een uitspraak van de Raad van Arbitrage van 14 november 2017 (zaaknummer: 72.083) kwam het onderwerp van de beëindiging van de aannemingsovereenkomst aan de orde.
Een hoofdaannemer vordert ontbinding van een aannemingsovereenkomst met zijn onderaannemer.
De Raad van Arbitrage concludeert dat de hoofdaannemer niet bevoegd was te ontbinden en oordelen dat de beëindiging van de overeenkomst moet worden beschouwd als een beëindiging in onvoltooide staat als bedoeld in paragraaf 14 van de toepasselijke voorwaarden, te weten de Uniforme Administratieve Voorwaarden 1989. De financiële afwikkeling tussen partijen dient plaats te vinden op grond van paragraaf 14 lid 10 UAV 1989 (let wel: inmiddels vervangen door UAV 2012), te weten:

De aannemer heeft alsdan recht op de aannemingssom, vermeerderd met de kosten die hij als gevolg van de niet-voltooiing heeft moeten maken en verminderd met de hem door de beëindiging bespaarde kosten

Deze wijze van afrekening lijkt sterk op de wettelijke regeling, en lijkt ook beter voor de onderaannemer dan bij ontbinding. De aannemer kan dan dus bijvoorbeeld aanspraak maken op de winstopslag over de prijs van het gehele werk.

Bezint eer ge begint

Met andere woorden: beëindiging van een aannemingsovereenkomst is maatwerk. Er moeten keuzes gemaakt worden uit de wettelijke regeling, toepasselijke algemene voorwaarden, of aan de hand van de gewenste afrekening en de financiële afwikkeling.

Laten we hopen dat de aannemer en opdrachtgever het werk afronden zoals het hoort: met een deugdelijke oplevering én bijbehorende betaling. Zoniet, bezint eer ge begint en laat u op de juiste wijze adviseren over het te bewandelen pad naar een passende beëindiging.

Meer informatie? Neem contact op met één van onze advocaten of rechtstreeks met Mr. J. Postma.

Contactgegevens: postma@ebhlegal.nl, 0174 – 351 351, 015 – 200 1000 of 06 54 653 356.

Deze blog is algemeen van aard en er kunnen geen rechten aan worden ontleend.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Wij helpen u graag !

Gepubliceerd op 4 May '20
Vastgoed & Bouwrecht Koop en verkoop woning: schriftelijk? Door mr. J. Postma

Stel: u wilt uw woning verkopen en in het plaatselijke café bereikt u – onder het genot...

Vastgoed & Bouwrecht Opleveringsgebrek (7:761 BW) én betaling koopprijs (7:28 BW): verjaard na 2 jaar Door mr. J. Postma

Twee jaar lijkt een lange periode, maar is vaak eerder voorbij dan u denkt. In artikel 7:761 lid 1...

Vastgoed & Bouwrecht Ladderrecht, buurman mag ik even? Door mr. J. Postma

Iedereen heeft er eigenlijk wel eens mee te maken: je hebt een ladder nodig om onderhoud aan je woni...

Neem contact op