EBH Legal
Advocaatscore: 9.3
24/7 Persoonlijk bereikbaar
Specialisaties in alle rechtsgebieden
Cassatie

Procederen bij de Hoge Raad der Nederlanden: bij onze cassatieadvocaat Jeroen van Weerden bent u daarvoor aan het juiste adres. Hij procedeert sinds 2013 bij de hoogste rechterlijke instantie in civiele zaken van Nederland en heeft daarnaast ruime ervaring met procederen bij de rechtbanken en de gerechtshoven.


Cassatieanalyse, cassatieadvies, wel of geen cassatieprocedure

Om te kunnen beoordelen of u een cassatieprocedure kunt starten en om te kunnen beoordelen of het voor u zinvol is om in een cassatieprocedure verweer te voeren, heeft Van Weerden, het procesdossier nodig.

Het procesdossier bestaat uit alle procestukken die de partijen in de procedure hebben ingediend bij de diverse rechters die bij de zaak betrokken zijn geweest en uit alle beslissingen van die rechters.

Meestal komt het procesdossier overeen met de inventarisatie van die rechters in hun beslissingen; soms is die inventarisatie incompleet. Omdat uw advocaat exact weet wat wel en wat niet tot het procesdossier behoort, ontvangt Van Weerden bij voorkeur graag via uw advocaat een digitale (bijvoorbeeld per e-mail of Wetransfer) kopie van het procesdossier.

Tegen de achtergrond van het procesdossier zal Van Weerden de eventuele in cassatie te bestrijden beslissing onderzoeken op fouten van de rechter die de beslissing heeft genomen (zie: “Toetsing door de Hoge Raad in civiele cassatiezaken”). Alleen dergelijke fouten kunnen leiden tot cassatieklachten: argumenten voor een cassatieprocedure.

Ingeval Van Weerden wel een mogelijkheid ziet om beroep in cassatie in te stellen, zal hij dat graag en tijdig doen, onder voorbehoud van nader met u te maken afspraken. Ingeval Van Weerden geen mogelijkheid ziet om cassatieberoep in te stellen, zal hij dat niet doen. De beslissing van de voorgaande rechter wordt dan definitief op het moment dat de cassatietermijn verstrijkt.

Ingeval een korte tijd van de cassatietermijn resteert, dient u er in dat laatste geval rekening mee te houden dat een andere cassatieadvocaat geen tijd meer heeft voor een “second opinion”.

Als een cassatieprocedure is gestart (zie: “Anatomie van een civiele cassatiezaak”) en de Hoge Raad heeft beslist dat in de zaak wordt voortgeprocedeerd (zie: “Toetsing door de Hoge Raad in civiele cassatiezaken”) moet, als partijen hun laatste processtuk hebben ingediend, het papieren procesdossier bij de Hoge Raad worden ingediend.

Voor het indienen op papier van het procesdossier kunt, om kopieerkosten en tijd te besparen, de originelen van alle processtukken per aangetekende post (laten) toesturen. De Hoge Raad zal het procesdossier na afloop van de zaak namelijk in ongeschonden staat weer beschikbaar stellen, zodat geen risico bestaat op verlies of beschadiging.


Toetsing door de Hoge Raad in civiele cassatiezaken

De Hoge Raad is als cassatierechter, in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken belast met de beoordeling van uitspraken van andere Nederlandse rechters.

Een beroep in cassatie heeft als doel de Hoge Raad ertoe te bewegen om de beslissing van de voorgaande rechter, te vernietigen (“casseren”).

Het instellen van een cassatieberoep is in civiele zaken alleen mogelijk als, kort gezegd, fouten van de voorgaande rechter zijn aan te wijzen en als na vernietiging door de Hoge Raad van de beslissing van de voorgaande rechter, een gunstigere beslissing mogelijk is voor de partij die cassatieberoep heeft ingesteld.

Van fouten kan worden gesproken als het juridische oordeel van de voorgaande rechter niet juist is, omdat deze de toepasselijke rechtsregels niet of niet goed heeft toegepast, en als de onderbouwing door die rechter van zijn oordeel niet te begrijpen is of onvoldoende is gemotiveerd.

Van een onvoldoende gemotiveerde onderbouwing kan onder andere sprake zijn als de voorgaande rechter een belangrijke stelling van de partij die cassatieberoep heeft ingesteld niet heeft besproken. Een stelling is belangrijk als deze (als die stelling juist is) het gelijk aantoont van de partij die de stelling heeft ingenomen.

Indien sprake is van een fout als hiervoor genoemd, maar op het eerste gezicht al duidelijk is dat in de procedure na verwijzing geen gunstigere beslissing te verwachten valt, zal de Hoge Raad de bestreden beslissing niet vernietigen, omdat daarbij geen belang bestaat.

De Hoge Raad kan als cassatierechter alleen cassatieklachten beoordelen die zijn gebaseerd op feiten die de voorgaande rechter heeft gezien of heeft kunnen zien. Met andere, nieuwe feiten kan de Hoge Raad als cassatierechter geen rekening houden. Hierom is het niet zinvol in het kader van een cassatieklacht nieuwe feiten aan te voeren.

Zodra een cassatiezaak is gestart, zal de Hoge Raad, op grond van artikel 80a RO, beslissen of de zaak inhoudelijk wordt beoordeeld dan wel of de partij die cassatieberoep heeft ingesteld, niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat betekent dat aan het begin van de zaak zal worden beoordeeld of de cassatieklachten zijn opgesteld zoals dat hoort en of meteen al valt in te schatten dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. In zoverre is sprake van een “voorportaal”.

Als de Hoge Raad besluit dat inhoudelijk wordt voortgeprocedeerd, zal de Hoge Raad uiteindelijk een inhoudelijke beslissing over het cassatieberoep geven. Als de Hoge Raad een cassatieberoep ongegrond acht, wijst de Hoge Raad dat cassatieberoep af. Afwijzing van een cassatieberoep kan zonder motivering plaats hebben op de voet van artikel 81 RO.

Artikel 81 RO geeft de Hoge Raad namelijk de mogelijkheid om, indien het cassatieberoep niet kan leiden tot vernietiging van de in cassatie bestreden beslissing, dat oordeel niet (verder) te motiveren dan door in de beslissing op te nemen dat bij de beoordeling van het cassatieberoep het niet nodig is om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht.

Als de Hoge Raad een cassatiezaak op basis van artikel 81 RO afdoet, kan dat frustrerend zijn omdat dan niet duidelijk is wat de Hoge Raad tot zijn oordeel heeft gebracht.

 

Anatomie van een civiele cassatiezaak

In grote lijnen verloopt een civiele cassatieprocedure als volgt.

Een cassatieprocedure wordt geheel digitaal gevoerd, via het webportaal van de Hoge Raad. Een cassatiezaak start doordat een advocaat bij de Hoge Raad een procesinleiding tot cassatie indient, via het webportaal van de Hoge Raad.

Afhankelijk van de processuele manier waarop de zaak is gestart, zal de cassatieadvocaat of de griffie van de Hoge Raad ervoor zorgen dat de wederpartij op de hoogte wordt gesteld van de start van de cassatiezaak.

Indien de cassatieadvocaat daarvoor moet zorgen, verstrekt de Hoge Raad na ontvangst van de procesinleiding een oproepingsbericht dat de cassatieadvocaat door een gerechtsdeurwaarder aan de wederpartij moet laten betekenen (“bezorgen”). Het bewijs van die betekening, het betekeningsexploot, moet de cassatieadvocaat bij de Hoge Raad indienen.

Indien iemand anders dan een advocaat bij de Hoge Raad een procesinleiding bij de Hoge Raad indient, zal de Hoge Raad de zaak niet inhoudelijk behandelen, tenzij de indiener binnen een door de Hoge Raad te geven termijn een advocaat bij de Hoge Raad vindt die bereid is de zaak over te nemen. Alleen de ingediende zaak kan worden overgenomen; dat wat is ingediend kan, na de cassatietermijn, niet worden aangevuld.

Let op.
Het is onverstandig om een ander dan een cassatieadvocaat een procesinleiding bij de Hoge Raad te laten indienen, met name omdat een cassatieadvocaat wel en een ander (waarschijnlijk) niet weet waarover in cassatie kan worden geklaagd en hoe dat moet gebeuren. Daarbij komt dat een cassatieadvocaat in de regel niet betrokken is geweest bij de voorgaande procedure, zodat deze afstandelijker en daarmee algauw scherper dan een ander de mogelijkheden en onmogelijkheden in cassatie kan beoordelen.

In de procesinleiding moeten alle cassatieklachten ineens worden vermeld. Het is niet mogelijk beroep in cassatie in te stellen op naderhand aan te voeren gronden. Na de cassatietermijn kan de partij die cassatieberoep heeft ingesteld, geen nieuwe cassatieklachten meer indienen.

Nadat de zaak bij de Hoge Raad is ingediend, bepaalt de Hoge Raad (binnen ongeveer vier weken na indiening) op grond van artikel 80a RO of de zaak inhoudelijk wordt behandeld (zie: “Toetsing door de Hoge Raad in civiele cassatiezaken”).

Indien de zaak wel inhoudelijk wordt behandeld, krijgt de wederpartij gelegenheid verweer te voeren.

Daarna kan, afhankelijk van de soort zaak, een schriftelijke toelichting worden gegeven op de procesinleiding dan wel op het verweer. Als de partijen de zaak ieder van hun zijde schriftelijk hebben toegelicht, kan de ene partij de schriftelijke toelichting van de andere partij daarna van commentaar voorzien.

Nadat de partijen bij de cassatieprocedure hun laatste processtuk hebben ingediend, zal de Advocaat-Generaal een schriftelijk advies (“conclusie”) over de cassatieklachten uitbrengen aan de Hoge Raad. Binnen twee weken na het verschijnen daarvan, kunnen partijen op dat advies reageren, maar niet op elkaars reactie daarop. Daarna zal de Hoge Raad zijn oordeel geven.

Onze cassatie advocaten

 

Neem contact op