EBH Legal
Advocaatscore: 9.6
24/7 Persoonlijk bereikbaar
Specialisaties in alle rechtsgebieden
Strafrecht

Zomaar een bezoek aan het politiebureau

strafrecht advocaat westland
Zomaar een bezoek aan het politiebureau

Niet de wekker, maar een telefoontje van de piketcentrale maakt me deze ochtend wakker. Er is op deze vroege ochtend een cliënt als verdachte aangehouden die me wil spreken vóórdat hij door de politie wordt verhoord. Uit de melding blijkt dat hij wordt verdacht van bedreiging en aan welk bureau hij vastzit.  

Een uur later sta ik aan de balie van het politiebureau en als ik met een agent richting de cellen loop, valt mijn oog op bloed dat voor me op de grond ligt. Blijkbaar wordt mijn blik opgemerkt want ik hoor de agent zeggen dat de schoonmaakploeg onderweg is.  De agent vertelt dat dit bloed van de verdachte is naar wie we onderweg zijn. Cliënt schijnt niet mobiel te zijn en verblijft in een cel met cameratoezicht. Als ik met mijn client wil praten, dan zal ik bij client in de cel moeten gaan zitten, want client is niet in staat om richting een spreekkamer te gaan.

Als de zware celdeur aan het einde van de gang opengaat, zie ik cliënt op het bankje onder een dekentje liggen. Het dekentje dat hem deels bedekt, zit onder het bloed. Zijn been dat niet door het dekentje wordt bedekt, zit verpakt in het verband. Waar het dekentje zijn lichaam niet bedekt, zie ik bloed bevlekte kleding en het verband om zijn been is voor een groot deel rood gekleurd.

Terwijl ik deze omgeving in me opneem, hoor ik de celdeur met een doffe klap achter me dichtvallen en sta ik in de cel. Cliënt ligt hevig te rillen onder een klein dekentje. Ik zet mijn tas in de hoek van de cel en ga naast hem zitten. Hij kijkt me aan maar zijn ogen draaien meer dan eens weg. Hij heeft het koud en de pijn is volgens hem niet te harden.  Praten gaat moeizaam, maar al snel wordt duidelijk dat hij door een politiehond is gebeten.

Sinds ik cliënt ken, stelt hij mij bij vertrek altijd nog twee vragen;  Of het me nog steeds bevalt in het Westland en of ik nog dezelfde auto rijd. Vandaag stelt hij na ons gesprek een andere vraag:  “Nance, ik kan niet opstaan om naar de bel te lopen. Wil je alsjeblieft bellen voor een extra deken en pijnstillers? Hij zegt echt wel wat gewend te zijn, maar dat deze pijn echt niet te harden is. Mijn hand gaat richting de bel en ik vraag een extra deken en of de arts bij hem langs wil komen.

Ik blijf nog even bij hem zitten en nadat hij een extra deken heeft gehad en zijn medicatie heeft ingenomen, zie ik dat het rillen afneemt. Voor ik me een weg door het bloed op de grond van zijn cel naar buiten waan, hoor ik mezelf hardop zeggen “Het bevalt me trouwens nog steeds in het Westland en rijd nog in dezelfde auto” Ondanks de pijn, zie ik toch een kleine glimlach verschijnen.

Tot later.

 

Heb je vragen op het gebied van strafrecht? We helpen je graag!

Gepubliceerd op 27 Nov '23
Strafrecht “Doe je wel eens een grote zaak?” Door mr. N. Stolk

  Doe je wel eens een grote zaak? Een vraag die mij regelmatig wordt gesteld Wat is ee...

Strafrecht Stel dat je met je auto tegen een lantaarnpaal rijdt en deze lantaarnpaal raakt beschadigd. Door mr. N. Stolk

  Als je tegen een stilstaande auto aanrijdt, dan ligt het voor de hand dat je de eigenaar v...

Strafrecht Hoe kun je iemand bijstaan als je weet dat hij het heeft gedaan? Door mr. N. Stolk

  Dit blijft toch wel de meest gestelde vraag aan mij. Vaak zeg ik dan:  “Stel...

Neem contact op