EBH Legal
Strafrecht

Cybercrime

Cybercrime

Computers en internet zijn niet meer uit onze samenleving weg te denken. De nieuwe technologie heeft ons dagelijks leven flink veranderd en ook veiligheidsrisico’s voor burgers, bedrijven en overheid met zich meegebracht. De laatste tijd behandelen we regelmatig zaken op het gebied van cybercrime.

Vaak krijgen we de vraag welke straffen er op dit soort feiten staan. Op de site van het Openbaar Ministerie (www.om.nl) is sinds begin dit jaar de Richtlijn voor strafvordering Cybercrime (2018R001) te vinden. Deze richtlijn biedt handvaten voor de straffen die de officier van justitie op zitting voor dit soort feiten eist. De rechter bepaalt uiteindelijk op de zitting of er een straf wordt opgelegd en zo ja welke straf.

De richtlijn valt uiteen in verschillende verschijningsvormen van cybercrime. Zo is er een categorie cybercrime in relatiesfeer. Denk daarbij aan de situatie waarin er wordt “ingebroken” in een mailaccount of server van bijvoorbeeld een ex-partner. Uit de richtlijn volgt dat voor een first offender – dit is iemand die voor de eerste keer zo’n feit pleegt – op zitting een taakstraf van 20 tot 80 uur wordt geëist. Voor het wijzigen van wachtwoorden en/of het ontoegankelijk maken van gegevens volgt voor een first offender als eis een taakstraf van 20 tot 100 uur. Als vanuit het account van de ex-partner een “smaad/laster-bericht” wordt verstuurd, wordt voor een first offender een taakstraf van 120 uur geëist.

De richtlijn kent ook een categorie cybercrime met als oogmerk diefstal van vermogen, zoals een diefstal via internetbankieren. Voor een diefstal internetbankieren van een bedrag van € 10.000,-- tot € 100.000,-- , eist de officier van justitie volgens de richtlijn voor een first offender een taakstraf van 120 uur/een gevangenisstraf van 2 tot 5 maanden.

Naast de cybercrime met als oogmerk het overnemen van gegevens, zoals (bedrijfs)spionage en tentamenfraude, is er ook een categorie cybercrime met een ideologisch (niet zijnde terroristisch) oogmerk. Denk hierbij aan een DDoS-attack. De strafeis wordt mede bepaald door de financiële schade die het feit heeft veroorzaakt. Als er bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband met door phishing verkregen inloggegevens wordt ingelogd op een bankrekening, waarna er bedragen naar rekeningen wordt overgemaakt, volgt volgens de richtlijn als eis voor een first offender een gevangenisstraf van 3 jaar en ingeval van recidive – dus ingeval van herhaling – een gevangenisstraf van 4 jaar.

De richtlijn biedt handvaten voor de straf die op zitting wordt geëist. In de uiteindelijk op te leggen straf spelen factoren zoals de mate van inbreuk op de privacy van het slachtoffer, het aantal slachtoffers en de hoogte van de schade een rol. Het is belangrijk dat in elke zaak de feiten en de van belang zijnde omstandigheden zorgvuldig aan de rechter worden voorgelegd. Immers, de richtlijn is zoals het woord zegt, een richtlijn, maar geen (cybercrime) zaak is hetzelfde. Rechtspraak is en blijft individueel maatwerk.

Gepubliceerd op 11 Apr '18
Strafrecht Van het kastje naar de muur en weer terug… Door mr. N. Stolk

Mijn geduld - dat van nature al wat onderontwikkeld is - is weer eens flink op de proef gesteld....

Strafrecht Trekt u straks ook zo’n zwarte jurk aan? Door mr. N. Stolk

Het is vandaag een tropische dag en de cliënt die vandaag moet voorkomen, bevindt zich in voorl...

Strafrecht Verdachte in een verkeerszaak Door mr. N. Stolk

De laatste tijd hoor en zie ik in de zittingszalen van de rechtbank regelmatig de gevolgen van een v...

Neem contact op